Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. bekostigd onderwijs: onderwijs waarvoor aanspraak bestaat op bekostiging uit ’s Rijks kas;
b. bevoegd gezag: bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of artikel 12.1a.2, eerste lid van de wet;
c. Coördinatiepunt: een door de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (Colo) georganiseerd werkverband ter beoordeling van kwalificatieprofielen;
d. experimentele opleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid of 12.1a.2, eerste lid, van de wet;
e. kenniscentrum: het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet, dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de kwalificatieprofielen voor (experimentele) opleidingen;
f. kwalificatieprofiel: het geheel van eindtermen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken om in beroeps-, leer- en maatschappelijke situaties op adequate wijze te kunnen handelen, en
g. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
h. niet bekostigd onderwijs: onderwijs waarvoor geen aanspraak bestaat op bekostiging uit ’s Rijks kas;
i. procesmanagement: het gemeenschappelijk procesmanagement herontwerp kwalificatiestructuur/MBO, bedoeld in artikel 11 van deze regeling, dat belast is met de taken, genoemd in de artikel 6 en 10 van deze regeling;
j. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs.
a. bekostigd onderwijs: onderwijs waarvoor aanspraak bestaat op bekostiging uit ’s Rijks kas;
b. bevoegd gezag: bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of artikel 12.1a.2, eerste lid van de wet;
c. Coördinatiepunt: een door de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (Colo) georganiseerd werkverband ter beoordeling van kwalificatieprofielen;
d. experimentele opleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid of 12.1a.2, eerste lid, van de wet;
e. kenniscentrum: het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet, dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de kwalificatieprofielen voor (experimentele) opleidingen;
f. kwalificatieprofiel: het geheel van eindtermen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de wet waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken om in beroeps-, leer- en maatschappelijke situaties op adequate wijze te kunnen handelen, en
g. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
h. niet bekostigd onderwijs: onderwijs waarvoor geen aanspraak bestaat op bekostiging uit ’s Rijks kas;
i. procesmanagement: het gemeenschappelijk procesmanagement herontwerp kwalificatiestructuur/MBO, bedoeld in artikel 11 van deze regeling, dat belast is met de taken, genoemd in de artikel 6 en 10 van deze regeling;
j. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs.