BWBR0019366
Geldig vanaf 2014-05-15
Artikel 8.2
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
1. Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 8.1, onder a, komen in aanmerking:
a. bezoekersprogramma’s voor buitenlandse cultuurdeskundigen;
b. gebundelde of sectorale presentaties van Nederlandse cultuuruitingen in het buitenland;
c. activiteiten met het oog op de uitvoering van culturele verdragen of internationale afspraken op het terrein van de cultuur, en
d. kleinschalige lokale culturele projecten in het buitenland, gericht op de plaatselijke bevolking met een herkenbare Nederlandse component.
2. Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 8.1, onder b, komen in aanmerking activiteiten gericht op:
a. een krachtiger lokale cultuursector gericht op maatschappelijke innovatie;
b. meer cultuurparticipatie door jongeren;
c. een veiliger en duurzamer leefomgeving in steden;
d. duurzaam behoud van lokaal cultureel erfgoed.
3. Subsidies verstrekt namens de Minister door een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland met het oog op de doelstelling, genoemd in artikel 8.1, onder b, hebben betrekking op kleinschalige lokale culturele projecten, gericht op de plaatselijke bevolking.
4. Subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan uitsluitend worden verleend aan sectorinstituten met een internationale taak die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn aangewezen en aan fondsen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005904/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid</a>.
a. bezoekersprogramma’s voor buitenlandse cultuurdeskundigen;
b. gebundelde of sectorale presentaties van Nederlandse cultuuruitingen in het buitenland;
c. activiteiten met het oog op de uitvoering van culturele verdragen of internationale afspraken op het terrein van de cultuur, en
d. kleinschalige lokale culturele projecten in het buitenland, gericht op de plaatselijke bevolking met een herkenbare Nederlandse component.
2. Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 8.1, onder b, komen in aanmerking activiteiten gericht op:
a. een krachtiger lokale cultuursector gericht op maatschappelijke innovatie;
b. meer cultuurparticipatie door jongeren;
c. een veiliger en duurzamer leefomgeving in steden;
d. duurzaam behoud van lokaal cultureel erfgoed.
3. Subsidies verstrekt namens de Minister door een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland met het oog op de doelstelling, genoemd in artikel 8.1, onder b, hebben betrekking op kleinschalige lokale culturele projecten, gericht op de plaatselijke bevolking.
4. Subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan uitsluitend worden verleend aan sectorinstituten met een internationale taak die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn aangewezen en aan fondsen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005904/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid</a>.