Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– ANW: de Algemene nabestaandenwet;
– ANW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering ANW;
– AOW: de Algemene Ouderdomswet;
– AOW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering AOW;
– gewezen verzekerde AOW: de gewezen verzekerde, bedoeld in artikel 40 van de Algemene Ouderdomswet;
– de gewezen verzekerde ANW: de gewezen verzekerde bedoeld in artikel 63e van de Algemene nabestaandenwet;
– de gewezen verzekerde: de gewezen verzekerde AOW of de gewezen verzekerde ANW;
– de verschuldigde premie: de AOW-premie of de ANW-premie;
– de SVB: de Sociale verzekeringsbank.
2. Voor de toepassing van de artikelen 4, 6, onderdeel c, 7, 8, en 9wordt de nabestaande of een ouderloos kind, bedoeld in artikel 3, tweede lid, mede aangewezen als de gewezen verzekerde ANW.
– ANW: de Algemene nabestaandenwet;
– ANW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering ANW;
– AOW: de Algemene Ouderdomswet;
– AOW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering AOW;
– gewezen verzekerde AOW: de gewezen verzekerde, bedoeld in artikel 40 van de Algemene Ouderdomswet;
– de gewezen verzekerde ANW: de gewezen verzekerde bedoeld in artikel 63e van de Algemene nabestaandenwet;
– de gewezen verzekerde: de gewezen verzekerde AOW of de gewezen verzekerde ANW;
– de verschuldigde premie: de AOW-premie of de ANW-premie;
– de SVB: de Sociale verzekeringsbank.
2. Voor de toepassing van de artikelen 4, 6, onderdeel c, 7, 8, en 9wordt de nabestaande of een ouderloos kind, bedoeld in artikel 3, tweede lid, mede aangewezen als de gewezen verzekerde ANW.