Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werknemersverzekeringen;
b. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: de geregistreerde partner alsmede de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Toeslagenwet, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. ongehuwd: de persoon die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
3. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
4. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het derde lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorgof de Jeugdwetof kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
a. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werknemersverzekeringen;
b. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: de geregistreerde partner alsmede de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Toeslagenwet, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. ongehuwd: de persoon die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
3. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
4. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het derde lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorgof de Jeugdwetof kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.