1. Het UWV verstrekt de indicatiestelling indien:
a. de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, op het moment van de indicatiestelling ten minste twee jaar als werkzoekende bij het UWV is geregistreerd, waarbij deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien hij: 1°. gedurende perioden van korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid niet als werkzoekende bij het UWV was geregistreerd; of
2°. gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB;
1°. gedurende perioden van korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid niet als werkzoekende bij het UWV was geregistreerd; of
2°. gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB;
b. een college van burgemeester en wethouders ten minste twee jaar verantwoordelijk is geweest voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, waarbij deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien: 1°. de onderbreking van de verantwoordelijkheid korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid heeft geduurd; of
2°. de oorzaak van de onderbreking van de verantwoordelijkheid is gelegen in het feit dat betrokkene gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB; en
1°. de onderbreking van de verantwoordelijkheid korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid heeft geduurd; of
2°. de oorzaak van de onderbreking van de verantwoordelijkheid is gelegen in het feit dat betrokkene gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB; en
c. voldoende aannemelijk is dat de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, als gevolg van ziekte of gebrek geen functie met een werktijd van meer dan 65% van een reguliere voltijdfunctie met een werktijd van 40 uur per week kan vervullen.
2. De persoon op wie de indicatiestelling betrekking heeft wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, indien hij gedurende ten minste twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond van
artikel 9, tweede lid, van de WWBonafgebroken is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB.
3. Indien de onderbreking van de termijn, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, aanhef,
a. verband houdt met het verrichten van arbeid en langer dan drie maanden duurt en geen verband houdt met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, of
b. geen verband houdt met het verrichten van arbeid of met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB,
worden de termijnen van registratie bij het UWV voor en na de onderbreking samengeteld ten behoeve van de vaststelling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aanhef.
4. Indien de onderbreking van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aanhef, a. verband houdt met het verrichten van arbeid en langer dan drie maanden duurt en geen verband houdt met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, of
b. geen verband houdt met het verrichten van arbeid of met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB,
a. verband houdt met het verrichten van arbeid en langer dan drie maanden duurt en geen verband houdt met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, of
b. geen verband houdt met het verrichten van arbeid of met ziekte of gebrek, waarvoor op grond van artikel 9, tweede lid, van de WWB ontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB,
worden de termijnen waarin een college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk was voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van de betrokken persoon voor en na de onderbreking samengesteld ten behoeve van de vaststelling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aanhef.