De minister wijst geen monumenten aan als bedoeld in
artikel 1, onder b, sub 1, van de Monumentenwet 1988, die zijn vervaardigd na 1940, tenzij:
a. het monument vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde kan worden aangemerkt als een nationaal of internationaal erkend kenmerkend monument van de Nederlandse architectuur, stedenbouw, landinrichting of ruimtegebonden kunst, en
b. zich de omstandigheid voordoet dat: 1°. bij of krachtens de Woningwet een aanvraag is ingediend om het monument te wijzigen of te slopen,
2°. plannen in ontwikkeling zijn die bij uitvoering het voortbestaan van het monument in gevaar zouden brengen, of
3°. door het niet terstond aanwijzen een concreet plan tot instandhouding van het monument niet of niet direct zal worden uitgevoerd.
1°. bij of krachtens de Woningwet een aanvraag is ingediend om het monument te wijzigen of te slopen,
2°. plannen in ontwikkeling zijn die bij uitvoering het voortbestaan van het monument in gevaar zouden brengen, of
3°. door het niet terstond aanwijzen een concreet plan tot instandhouding van het monument niet of niet direct zal worden uitgevoerd.