1. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt gemandateerd om namens de minister:
a. erkenningen te verlenen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen;
b. besluiten te nemen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, 1°, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen;
c. erkenningen te verlenen en in te trekken als bedoeld in de artikelen 3, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, en 13, eerste lid, van het Warenwetbesluit Verpakte waters, en daarvan mededeling te doen in de Staatscourant.
2. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is toegestaan ter zake van het verlenen van erkenningen, bedoeld in het eerste lid, onder a, ondermandaat te verlenen aan de directeur van de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel, wat betreft inrichtingen die:
a. rauwe melk of zuivelproducten; of
b. eieren of eiproducten; produceren, bereiden, verpakken of etiketteren.
3. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft met betrekking tot in dit artikel bedoelde besluiten, machtiging ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften in administratiefrechtelijke procedures, gericht tot een administratieve rechter en ten aanzien van het verlenen van machtigingen ten behoeve van het vertegenwoordigen van de minister in administratiefrechtelijke procedures bij de administratieve rechter.