BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.6.9a
Regeling subsidies AWBZ
1. De verzekerde kan het netto persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar tijdens verblijf buiten het Europese deel van Nederland gebruiken voor betaling van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen j en k, indien die zorg is verkregen als voortzetting van reeds binnen het Europese deel van Nederland aangevangen zorg.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten het Europese deel van Nederland een netto persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
3. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten buiten het Europese deel van Nederland verblijft en daar zorgverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het bruto persoonsgebonden budget berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal weken dat de verzekerde binnen het Europese deel van Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het bruto persoonsgebonden budget waarvoor de verzekerde op grond van de vorige leden in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde buiten het Europese deel van Nederland verblijft;
E: het voor het desbetreffende land door het Zorginstituut vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verzekerde voor ten hoogste een jaar tijdens verblijf buiten het Europese deel van Nederland een netto persoonsgebonden budget gebruiken voor betaling van voortzetting van palliatief terminale zorg.
3. Indien de verzekerde langer dan zes weken aaneengesloten buiten het Europese deel van Nederland verblijft en daar zorgverleners contracteert die niet vallen onder de Nederlandse fiscale en sociale zekerheidswetgeving, wordt het bruto persoonsgebonden budget berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het aantal weken dat de verzekerde binnen het Europese deel van Nederland verblijft;
B: het getal 52;
C: het bruto persoonsgebonden budget waarvoor de verzekerde op grond van de vorige leden in aanmerking komt;
D: het aantal weken dat de verzekerde buiten het Europese deel van Nederland verblijft;
E: het voor het desbetreffende land door het Zorginstituut vastgestelde aanvaardbaarheidspercentage.