BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.6.6
Regeling subsidies AWBZ
1. Indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij uitsluitend is aangewezen op een of meer van de vormen van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onderdeel j, bedraagt het bruto persoonsgebonden budget in 2014 maximaal voor:
a. persoonlijke verzorging: 1e klasse 1: € 1.409 2e klasse 2: € 4.226 3e klasse 3: € 7.748 4e klasse 4: € 11.975 5e klasse 5: € 16.201 6e klasse 6: € 20.428 7e klasse 7: € 25.358 8e klasse 8: € 31.698 9e klasse 9: het bedrag genoemd bij klasse 8, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 8 overschrijdt en een bedrag van € 1409;
b. verpleging: 1e klasse 0: € 1.272 2e klasse 1: € 3.817 3e klasse 2: € 7.634 4e klasse 3: € 13.995 5e klasse 4: € 21.629 6e klasse 5: € 29.263 7e klasse 6: € 36.896 8e klasse 7: € 45.802 9e klasse 8: het bedrag genoemd bij klasse 7, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 7 overschrijdt en een bedrag van € 2.545;
c. begeleiding individueel: 1e klasse 1: € 1.869 2e klasse 2: € 5.608 3e klasse 3: € 10.282 4e klasse 4: € 15.891 5e klasse 5: € 21.499 6e klasse 6: € 27.107 7e klasse 7: € 33.651 8e klasse 8: € 42.063 9e klasse 9: het bedrag genoemd bij klasse 8, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 8 overschrijdt en een bedrag van € 1.869;
d. begeleiding groep: 1e klasse 1: € 2.310 2e klasse 2: € 4.622 3e klasse 3: € 6.932 4e klasse 4: € 9.244 5e klasse 5: € 11.555 6e klasse 6: € 13.865 7e klasse 7: € 16.177 8e klasse 8: € 18.487 9e klasse 9: € 20.798 10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal dagdelen de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2.310;
e. begeleiding groep, inclusief vervoer: 1e klasse 1: € 2.588 2e klasse 2: € 5.175 3e klasse 3: € 7.763 4e klasse 4: € 10.348 5e klasse 5: € 12.939 6e klasse 6: € 15.248 7e klasse 7: € 17.561 8e klasse 8: € 19.871 9e klasse 9: € 22.183 10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal dagdelen de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2.310;
f. kortdurend verblijf: € 101 per etmaal.
2. Indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij is aangewezen op verblijf bedraagt het bruto persoonsgebonden budget in 2014 maximaal voor:
a. persoonlijke verzorging: 1e klasse 1: € 1.486 2e klasse 2: € 4.458 3e klasse 3: € 8.160 4e klasse 4: € 12.618 5e klasse 5: € 17.050 6e klasse 6: € 21.508 7e klasse 7: € 26.696
b. verpleging: 1e klasse 0: € 1.272 2e klasse 1: € 3.817 3e klasse 2: € 7.634 4e klasse 3: € 13.995 5e klasse 4: € 21.629 6e klasse 5: € 29.263
c. begeleiding individueel: 1e klasse 1: € 1.972 2e klasse 2: € 5.915 3e klasse 3: € 10.827 4e klasse 4: € 16.742 5e klasse 5: € 22.621 6e klasse 6: € 28.537 7e klasse 7: € 35.420 8e klasse 8: € 44.275
d. begeleiding groep: 1e klasse 1: € 2.432 2e klasse 2: € 4.865 3e klasse 3: € 7.297 4e klasse 4: € 9.731 5e klasse 5: € 12.163 6e klasse 6: € 14.595 7e klasse 7: € 17.028 8e klasse 8: € 19.460 9e klasse 9: € 21.893
e. begeleiding groep, inclusief vervoer: 1e klasse 1: € 2.724 2e klasse 2: € 5.447 3e klasse 3: € 8.172 4e klasse 4: € 10.893 5e klasse 5: € 13.620 6e klasse 6: € 16.051 7e klasse 7: € 18.485 8e klasse 8: € 20.917 9e klasse 9: € 23.350.
3. Indien het bruto persoonsgebonden budget voor meer vormen van zorg wordt verleend, bedraagt het bruto persoonsgebonden budget maximaal de som van de met behulp van het eerste dan wel het tweede lid bepaalde bedragen.
4. Indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij is aangewezen op verblijf wordt het bruto persoonsgebonden budget berekend door het zorgzwaartepakket met toepassing van de bijlage 2van deze regeling om te rekenen naar een of meer klassen, bedoeld in het tweede lid. Indien de verzekerde niet in een instelling verblijft, hoogt het zorgkantoor het bruto persoonsgebonden budget vervolgens op met € 3 332. Het zorgkantoor verhoogt het aldus opgehoogde persoonsgebonden budget vervolgens op met € 4 000 voor een verzekerde die woont in een kleinschalig wooninitiatief en ten minste een persoonsgebonden budget ontvangt voor persoonlijke verzorging en begeleiding individueel.
5. Het zorgkantoor kan onder daarbij te stellen voorwaarden in het voordeel van de verzekerde afwijken van het derde lid indien het, met overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0014855/artikel/1a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1a, tweede lid, van de Regeling zorgaanspraken AWBZ</a>, oordeelt dat de verzekerde aanspraak heeft op meer zorg dan waarop hij op grond van het eerste lid van dat artikel aanspraak heeft. Het zorgkantoor meldt de toepassing van de eerste volzin onverwijld aan het Zorginstituut volgens een door het Zorginstituut vastgesteld model.
6. Indien een subsidieperiode met ingang van een andere dag dan 1 januari van een kalenderjaar aanvangt of op een andere dag dan 31 december eindigt, wordt het maximum bruto persoonsgebonden budget vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal dagen van de subsidieperiode in het desbetreffende kalenderjaar en de noemer uit het aantal dagen in dat kalenderjaar.
7. Indien toepassing van de voorgaande leden leidt tot een verlening van een bruto persoonsgebonden budget van meer dan € 300 per dag, beperkt het zorgkantoor de maximum verlening tot de kosten van verblijf, onder aftrek van de woonlasten, met een minimum van € 300 per dag.
8. Indien het verleende bruto persoonsgebonden budget € 300 per dag of meer bedraagt dan meldt het zorgkantoor dit aan het Zorginstituut volgens een door het Zorginstituut vastgesteld model.
a. persoonlijke verzorging: 1e klasse 1: € 1.409 2e klasse 2: € 4.226 3e klasse 3: € 7.748 4e klasse 4: € 11.975 5e klasse 5: € 16.201 6e klasse 6: € 20.428 7e klasse 7: € 25.358 8e klasse 8: € 31.698 9e klasse 9: het bedrag genoemd bij klasse 8, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 8 overschrijdt en een bedrag van € 1409;
b. verpleging: 1e klasse 0: € 1.272 2e klasse 1: € 3.817 3e klasse 2: € 7.634 4e klasse 3: € 13.995 5e klasse 4: € 21.629 6e klasse 5: € 29.263 7e klasse 6: € 36.896 8e klasse 7: € 45.802 9e klasse 8: het bedrag genoemd bij klasse 7, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 7 overschrijdt en een bedrag van € 2.545;
c. begeleiding individueel: 1e klasse 1: € 1.869 2e klasse 2: € 5.608 3e klasse 3: € 10.282 4e klasse 4: € 15.891 5e klasse 5: € 21.499 6e klasse 6: € 27.107 7e klasse 7: € 33.651 8e klasse 8: € 42.063 9e klasse 9: het bedrag genoemd bij klasse 8, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal uren waarmee het geïndiceerde aantal uren de bovengrens van klasse 8 overschrijdt en een bedrag van € 1.869;
d. begeleiding groep: 1e klasse 1: € 2.310 2e klasse 2: € 4.622 3e klasse 3: € 6.932 4e klasse 4: € 9.244 5e klasse 5: € 11.555 6e klasse 6: € 13.865 7e klasse 7: € 16.177 8e klasse 8: € 18.487 9e klasse 9: € 20.798 10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal dagdelen de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2.310;
e. begeleiding groep, inclusief vervoer: 1e klasse 1: € 2.588 2e klasse 2: € 5.175 3e klasse 3: € 7.763 4e klasse 4: € 10.348 5e klasse 5: € 12.939 6e klasse 6: € 15.248 7e klasse 7: € 17.561 8e klasse 8: € 19.871 9e klasse 9: € 22.183 10e klasse 10: het bedrag genoemd bij klasse 9, vermeerderd met een bedrag gelijk aan het product van het aantal dagdelen waarmee het geïndiceerde aantal dagdelen de bovengrens van klasse 9 overschrijdt en een bedrag van € 2.310;
f. kortdurend verblijf: € 101 per etmaal.
2. Indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij is aangewezen op verblijf bedraagt het bruto persoonsgebonden budget in 2014 maximaal voor:
a. persoonlijke verzorging: 1e klasse 1: € 1.486 2e klasse 2: € 4.458 3e klasse 3: € 8.160 4e klasse 4: € 12.618 5e klasse 5: € 17.050 6e klasse 6: € 21.508 7e klasse 7: € 26.696
b. verpleging: 1e klasse 0: € 1.272 2e klasse 1: € 3.817 3e klasse 2: € 7.634 4e klasse 3: € 13.995 5e klasse 4: € 21.629 6e klasse 5: € 29.263
c. begeleiding individueel: 1e klasse 1: € 1.972 2e klasse 2: € 5.915 3e klasse 3: € 10.827 4e klasse 4: € 16.742 5e klasse 5: € 22.621 6e klasse 6: € 28.537 7e klasse 7: € 35.420 8e klasse 8: € 44.275
d. begeleiding groep: 1e klasse 1: € 2.432 2e klasse 2: € 4.865 3e klasse 3: € 7.297 4e klasse 4: € 9.731 5e klasse 5: € 12.163 6e klasse 6: € 14.595 7e klasse 7: € 17.028 8e klasse 8: € 19.460 9e klasse 9: € 21.893
e. begeleiding groep, inclusief vervoer: 1e klasse 1: € 2.724 2e klasse 2: € 5.447 3e klasse 3: € 8.172 4e klasse 4: € 10.893 5e klasse 5: € 13.620 6e klasse 6: € 16.051 7e klasse 7: € 18.485 8e klasse 8: € 20.917 9e klasse 9: € 23.350.
3. Indien het bruto persoonsgebonden budget voor meer vormen van zorg wordt verleend, bedraagt het bruto persoonsgebonden budget maximaal de som van de met behulp van het eerste dan wel het tweede lid bepaalde bedragen.
4. Indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij is aangewezen op verblijf wordt het bruto persoonsgebonden budget berekend door het zorgzwaartepakket met toepassing van de bijlage 2van deze regeling om te rekenen naar een of meer klassen, bedoeld in het tweede lid. Indien de verzekerde niet in een instelling verblijft, hoogt het zorgkantoor het bruto persoonsgebonden budget vervolgens op met € 3 332. Het zorgkantoor verhoogt het aldus opgehoogde persoonsgebonden budget vervolgens op met € 4 000 voor een verzekerde die woont in een kleinschalig wooninitiatief en ten minste een persoonsgebonden budget ontvangt voor persoonlijke verzorging en begeleiding individueel.
5. Het zorgkantoor kan onder daarbij te stellen voorwaarden in het voordeel van de verzekerde afwijken van het derde lid indien het, met overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0014855/artikel/1a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1a, tweede lid, van de Regeling zorgaanspraken AWBZ</a>, oordeelt dat de verzekerde aanspraak heeft op meer zorg dan waarop hij op grond van het eerste lid van dat artikel aanspraak heeft. Het zorgkantoor meldt de toepassing van de eerste volzin onverwijld aan het Zorginstituut volgens een door het Zorginstituut vastgesteld model.
6. Indien een subsidieperiode met ingang van een andere dag dan 1 januari van een kalenderjaar aanvangt of op een andere dag dan 31 december eindigt, wordt het maximum bruto persoonsgebonden budget vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal dagen van de subsidieperiode in het desbetreffende kalenderjaar en de noemer uit het aantal dagen in dat kalenderjaar.
7. Indien toepassing van de voorgaande leden leidt tot een verlening van een bruto persoonsgebonden budget van meer dan € 300 per dag, beperkt het zorgkantoor de maximum verlening tot de kosten van verblijf, onder aftrek van de woonlasten, met een minimum van € 300 per dag.
8. Indien het verleende bruto persoonsgebonden budget € 300 per dag of meer bedraagt dan meldt het zorgkantoor dit aan het Zorginstituut volgens een door het Zorginstituut vastgesteld model.