BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.6.3
Regeling subsidies AWBZ
1. Het zorgkantoor verleent een verzekerde een persoonsgebonden budget indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit waaruit blijkt dat hij is aangewezen op verblijf of op een of meer van de vormen van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onderdeel j.
2. In afwijking van het eerste lid verleent het zorgkantoor een verzekerde geen persoonsgebonden budget indien de verzekerde:
a. beschikt over een indicatiebesluit met een geldigheidsduur korter dan een jaar, tenzij sprake is van een langdurige zorgbehoefte,
b. uitsluitend is aangewezen op begeleiding, kortdurend verblijf of een combinatie van begeleiding en kortdurend verblijf, of
c. is aangewezen op een zorgzwaartepakket 9B VV, 4 LVG, 5 LVG, 1 SGLVG, 1B GGZ, 2B GGZ, 3B GGZ, 4B GGZ, 5B GGZ, 6B GGZ of 7B GGZ.
3. Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien:
a. de verzekerde blijkens het indicatiebesluit is aangewezen op tien of meer uren per week begeleiding,
b. leden van een leefeenheid tezamen, voor zover zij niet in een instelling verblijven als bedoeld in de AWBZ of de Zorgverzekeringswet, aangewezen zijn op tien of meer uren per week begeleiding, of
c. de verzekerde lid is van een leefeenheid en een ander lid van die leefeenheid op grond van het eerste lid of artikel 2.6.3a een persoonsgebonden budget ontvangt.
4. Het aantal geïndiceerde uren als bedoeld in het derde lid, onder a en b, wordt berekend door optelling van de gemiddelden van de geïndiceerde klassen voor de functie begeleiding, als genoemd in de <a href="/wet/BWBR0034547" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014</a>, waarbij een dagdeel geldt als een uur.
5. Het gemiddelde, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald door op een decimaal achter de komma naar boven af te ronden.
2. In afwijking van het eerste lid verleent het zorgkantoor een verzekerde geen persoonsgebonden budget indien de verzekerde:
a. beschikt over een indicatiebesluit met een geldigheidsduur korter dan een jaar, tenzij sprake is van een langdurige zorgbehoefte,
b. uitsluitend is aangewezen op begeleiding, kortdurend verblijf of een combinatie van begeleiding en kortdurend verblijf, of
c. is aangewezen op een zorgzwaartepakket 9B VV, 4 LVG, 5 LVG, 1 SGLVG, 1B GGZ, 2B GGZ, 3B GGZ, 4B GGZ, 5B GGZ, 6B GGZ of 7B GGZ.
3. Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien:
a. de verzekerde blijkens het indicatiebesluit is aangewezen op tien of meer uren per week begeleiding,
b. leden van een leefeenheid tezamen, voor zover zij niet in een instelling verblijven als bedoeld in de AWBZ of de Zorgverzekeringswet, aangewezen zijn op tien of meer uren per week begeleiding, of
c. de verzekerde lid is van een leefeenheid en een ander lid van die leefeenheid op grond van het eerste lid of artikel 2.6.3a een persoonsgebonden budget ontvangt.
4. Het aantal geïndiceerde uren als bedoeld in het derde lid, onder a en b, wordt berekend door optelling van de gemiddelden van de geïndiceerde klassen voor de functie begeleiding, als genoemd in de <a href="/wet/BWBR0034547" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014</a>, waarbij een dagdeel geldt als een uur.
5. Het gemiddelde, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald door op een decimaal achter de komma naar boven af te ronden.