BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.6.2
Regeling subsidies AWBZ
1. Het Zorginstituut verleent aan zorgkantoren op aanvraag een subsidie die bestemd is voor het met inachtneming van de artikelen 2.6.3 tot en met 2.6.14verstrekken van netto persoonsgebonden budgetten alsmede voor het verstrekken van de vergoedingen persoonlijke zorg die tot en met 2012 zijn verleend met inachtneming van deze regeling.
2. Het subsidieplafond voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten bedraagt: voor het jaar 2014 € 2.731.000.000.
3. Voor verleende persoonsgebonden budgetten als bedoeld in het eerste lid wordt voor het jaar 2014 een maximale subsidie in aanmerking genomen, die wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het bedrag dat het zorgkantoor op 31 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar aan subsidies heeft verstrekt voor persoonsgebonden budgetten en vergoedingen persoonlijke zorg;
B: het bedrag dat het zorgkantoor op 31 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar heeft gereserveerd ten behoeve van de nog voor dat subsidiejaar te verlenen subsidies voor persoonsgebonden budgetten en vergoedingen persoonlijke zorg aan verzekerden aan wie op 31 augustus subsidie is verleend en waarvan de subsidieperiode vóór of op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar eindigt.
C: de som van de tellers voor alle zorgkantoren tezamen.
4. voor het jaar 2014 wordt € 176.000.000 verdeeld met inachtneming van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
5. Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden woonachtig in zijn regio.
6. Artikel 1.1.3, eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing.
7. Voor de toepassing van hoofdstuk Iwordt de in het eerste lid bedoelde subsidie beschouwd als een projectsubsidie, met dien verstande dat de aanvraag van de subsidie in afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, niet vergezeld gaat van een projectplan.
2. Het subsidieplafond voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten bedraagt: voor het jaar 2014 € 2.731.000.000.
3. Voor verleende persoonsgebonden budgetten als bedoeld in het eerste lid wordt voor het jaar 2014 een maximale subsidie in aanmerking genomen, die wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
waarbij wordt verstaan onder:
A: het bedrag dat het zorgkantoor op 31 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar aan subsidies heeft verstrekt voor persoonsgebonden budgetten en vergoedingen persoonlijke zorg;
B: het bedrag dat het zorgkantoor op 31 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar heeft gereserveerd ten behoeve van de nog voor dat subsidiejaar te verlenen subsidies voor persoonsgebonden budgetten en vergoedingen persoonlijke zorg aan verzekerden aan wie op 31 augustus subsidie is verleend en waarvan de subsidieperiode vóór of op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar eindigt.
C: de som van de tellers voor alle zorgkantoren tezamen.
4. voor het jaar 2014 wordt € 176.000.000 verdeeld met inachtneming van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels.
5. Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor persoonsgebonden budgetten voor verzekerden woonachtig in zijn regio.
6. Artikel 1.1.3, eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing.
7. Voor de toepassing van hoofdstuk Iwordt de in het eerste lid bedoelde subsidie beschouwd als een projectsubsidie, met dien verstande dat de aanvraag van de subsidie in afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, niet vergezeld gaat van een projectplan.