BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.5.5
Regeling subsidies AWBZ
1. Subsidie voor de coördinatie van een project integrale vroeghulp wordt slechts verleend indien het project integrale vroeghulp:
a. is gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen de MEE-organisatie en ten minste de sector voor de kinderrevalidatie en de sector voor de zorg voor kinderen met een verstandelijke handicap;
b. beschikt over een team integrale vroeghulp, bestaande uit vertegenwoordigers van een kinderrevalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis, de subsidieontvanger en de kinderdagcentra voor kinderen met een verstandelijke handicap;
c. een onafhankelijk aangestuurde coördinator heeft;
d. een pool van deskundige casemanagers heeft;
e. beschikt over een laagdrempelig aanmeldpunt, en
f. beschikt over een projectplan dat de instemming heeft van de partijen die de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld onder a, zijn aangegaan.
2. De kosten die de MEE-organisatie maakt als samenwerkingspartner bij de uitvoering van projecten integrale vroeghulp vallen onder het subsidieplafond van artikel 2.5.2, tweede lid. De kosten van de overige samenwerkingspartners in een project integrale vroeghulp kunnen niet ten laste van deze subsidieparagraaf worden gebracht.
3. Het subsidieplafond genoemd in artikel 2.5.2, tweede lid, wordt in 2014 als volgt verdeeld:
a. € 17.202 per MEE-organisatie;
b. de vervolgens nog resterende subsidie wordt over de MEE-organisaties verdeeld op basis van het aantal inwoners, waarbij wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar.
a. is gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen de MEE-organisatie en ten minste de sector voor de kinderrevalidatie en de sector voor de zorg voor kinderen met een verstandelijke handicap;
b. beschikt over een team integrale vroeghulp, bestaande uit vertegenwoordigers van een kinderrevalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis, de subsidieontvanger en de kinderdagcentra voor kinderen met een verstandelijke handicap;
c. een onafhankelijk aangestuurde coördinator heeft;
d. een pool van deskundige casemanagers heeft;
e. beschikt over een laagdrempelig aanmeldpunt, en
f. beschikt over een projectplan dat de instemming heeft van de partijen die de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld onder a, zijn aangegaan.
2. De kosten die de MEE-organisatie maakt als samenwerkingspartner bij de uitvoering van projecten integrale vroeghulp vallen onder het subsidieplafond van artikel 2.5.2, tweede lid. De kosten van de overige samenwerkingspartners in een project integrale vroeghulp kunnen niet ten laste van deze subsidieparagraaf worden gebracht.
3. Het subsidieplafond genoemd in artikel 2.5.2, tweede lid, wordt in 2014 als volgt verdeeld:
a. € 17.202 per MEE-organisatie;
b. de vervolgens nog resterende subsidie wordt over de MEE-organisaties verdeeld op basis van het aantal inwoners, waarbij wordt uitgegaan van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar.