BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.5.4a
Regeling subsidies AWBZ
Indien de gezamenlijke aanvragen voor subsidieverlening voor collectieve en individuele cliëntondersteuning hoger zijn dan het voor verlening uit hoofde van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2.5.2, eerste lid, beschikbare budget, vindt verlening in 2014 plaats op basis van de volgende systematiek:
a. het totaal van de op basis van de artikelen 2.5.3 en 2.5.4 te verlenen subsidie voor collectieve en individuele cliëntondersteuning bedraagt niet meer dan 103,82% van de totale subsidie voor collectieve en individuele cliëntondersteuning die zonder toepassing van artikel 1.7.3 is verleend ten behoeve van 2013;
b. de voor individuele cliëntondersteuning te verlenen subsidie is gelijk aan het in onderdeel a bedoelde maximum minus het op grond van artikel 2.5.3 te verlenen bedrag voor collectieve cliëntondersteuning;
c. subsidie voor individuele cliëntondersteuning wordt verleend voor zover dat bedrag is aangevraagd;
d. de na toepassing van artikel 2.5.3, artikel 2.5.4 en de onderdelen a tot en met c nog resterende middelen worden verdeeld volgens de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A: het nog resterende deel van de aanvraag voor individuele cliëntondersteuning van de MEE-organisatie; B: het totaal van de nog resterende delen van alle aanvragen voor individuele cliëntondersteuning van de MEE-organisaties; C: de na toepassing van artikel 2.5.3, artikel 2.5.4 en de onderdelen a tot en met c nog resterende middelen.
a. het totaal van de op basis van de artikelen 2.5.3 en 2.5.4 te verlenen subsidie voor collectieve en individuele cliëntondersteuning bedraagt niet meer dan 103,82% van de totale subsidie voor collectieve en individuele cliëntondersteuning die zonder toepassing van artikel 1.7.3 is verleend ten behoeve van 2013;
b. de voor individuele cliëntondersteuning te verlenen subsidie is gelijk aan het in onderdeel a bedoelde maximum minus het op grond van artikel 2.5.3 te verlenen bedrag voor collectieve cliëntondersteuning;
c. subsidie voor individuele cliëntondersteuning wordt verleend voor zover dat bedrag is aangevraagd;
d. de na toepassing van artikel 2.5.3, artikel 2.5.4 en de onderdelen a tot en met c nog resterende middelen worden verdeeld volgens de volgende formule: waarbij wordt verstaan onder: A: het nog resterende deel van de aanvraag voor individuele cliëntondersteuning van de MEE-organisatie; B: het totaal van de nog resterende delen van alle aanvragen voor individuele cliëntondersteuning van de MEE-organisaties; C: de na toepassing van artikel 2.5.3, artikel 2.5.4 en de onderdelen a tot en met c nog resterende middelen.