BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.5.1
Regeling subsidies AWBZ
1. Aan door het Zorginstituut, op basis van door het Zorginstituut vast te stellen nadere regels inzake spreiding en behoefte, aangewezen MEE-organisaties, als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018830/artikel/3.1.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.1.7 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet</a>, worden ten laatste ten behoeve van het jaar 2014 op aanvraag per kalenderjaar instellingssubsidies verleend voor laagdrempelige, onafhankelijke en betrouwbare cliëntondersteuning ten behoeve van hun cliënten, zijnde verzekerden met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap al da niet veroorzaakt door een chronische ziekte of een beperking uit het autistisch spectrum, hun ouders, andere verwanten, verzorgers of vertegenwoordigers.
2. Een MEE-organisatie komt niet voor subsidie in aanmerking indien zij zorg verleent op grond van de <a href="/wet/BWBR0002614" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">AWBZ</a>.
3. Bij de subsidiëring worden de volgende activiteiten onderscheiden:
a. collectieve cliëntondersteuning;
b. individuele cliëntondersteuning, en
c. coördinatie van projecten integrale vroeghulp.
2. Een MEE-organisatie komt niet voor subsidie in aanmerking indien zij zorg verleent op grond van de <a href="/wet/BWBR0002614" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">AWBZ</a>.
3. Bij de subsidiëring worden de volgende activiteiten onderscheiden:
a. collectieve cliëntondersteuning;
b. individuele cliëntondersteuning, en
c. coördinatie van projecten integrale vroeghulp.