BWBR0019161
Geldig vanaf 2013-12-21
Artikel 2.11.14
Regeling subsidies AWBZ
1. Indien de instelling ten behoeve van een abortuskliniek voor het gehele voorafgaande jaar een instellingssubsidie heeft ontvangen die geheel of gedeeltelijk is berekend op een wijze overeenkomstig deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013 en de abortuskliniek op dezelfde locatie is gevestigd als op 31 december 2013, kan de instelling bij de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie voor de jaren 2014 tot en met 2018 verzoeken ten behoeve van de desbetreffende abortuskliniek een instellingssubsidie te verstrekken die in het desbetreffende jaar bestaat uit de volgende twee delen:
a. voor het jaar 2014 een deel ter grootte van 10% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 90% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
b. voor het jaar 2015 een deel ter grootte van 30% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 70% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
c. voor het jaar 2016 een deel ter grootte van 50% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 50% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
d. voor het jaar 2017 een deel ter grootte van 70% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 30% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
e. voor het jaar 2018 een deel ter grootte van 90% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 10% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt bij de berekening van de instellingssubsidie op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013 voor de toeslag voor huisvesting en de vaste installaties uitsluitend uitgegaan van:
a. de huisvesting en de vaste installaties die bij de vaststelling van de instellingssubsidie ten behoeve van het jaar 2013 in aanmerking zijn genomen;
b. de huisvesting en de vaste installaties die zijn gerealiseerd door verbouw of nieuwbouw waarvoor het Zorginstituut voor 31 december 2013 goedkeuring heeft gegeven op grond van artikel 2.11.13.
3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een aanvraag overeenkomstig deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013.
a. voor het jaar 2014 een deel ter grootte van 10% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 90% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
b. voor het jaar 2015 een deel ter grootte van 30% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 70% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
c. voor het jaar 2016 een deel ter grootte van 50% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 50% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
d. voor het jaar 2017 een deel ter grootte van 70% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 30% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013;
e. voor het jaar 2018 een deel ter grootte van 90% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling en een deel ter grootte van 10% van de instellingssubsidie berekend op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt bij de berekening van de instellingssubsidie op grond van deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013 voor de toeslag voor huisvesting en de vaste installaties uitsluitend uitgegaan van:
a. de huisvesting en de vaste installaties die bij de vaststelling van de instellingssubsidie ten behoeve van het jaar 2013 in aanmerking zijn genomen;
b. de huisvesting en de vaste installaties die zijn gerealiseerd door verbouw of nieuwbouw waarvoor het Zorginstituut voor 31 december 2013 goedkeuring heeft gegeven op grond van artikel 2.11.13.
3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een aanvraag overeenkomstig deze regeling zoals deze luidde op 31 december 2013.