Artikel 1
1. Ten behoeve van de beoordeling of een gratieverzoek opschortende werking heeft als bedoeld in artikel 558a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, wordt als aanvangsdatum van de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel aangemerkt de handeling van de bevoegde instantie zoals deze in de artikelen 2 tot en met 5nader wordt aangeduid, gericht op het ten uitvoer leggen van de straf of maatregel.
2. Onder vrijheidsstraf wordt verstaan: gevangenisstraf, hechtenis, militaire detentie en jeugddetentie. Onder vrijheidsstraf wordt mede verstaan de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf of van het voorwaardelijke deel van een vrijheidsstraf.
2. Onder vrijheidsstraf wordt verstaan: gevangenisstraf, hechtenis, militaire detentie en jeugddetentie. Onder vrijheidsstraf wordt mede verstaan de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf of van het voorwaardelijke deel van een vrijheidsstraf.