Artikel 1
1. Aan de Directeur Investeringen van de Nederlandse Financierings-Maatschappij NV (FMO) wordt mandaat verleend om namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking:
a. besluiten te nemen inzake subsidieverlening op grond van artikel 2.7.4, onder h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken, overeenkomstig de daartoe vastgestelde beleidsvoornemens; en
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld onder a.
2. De Directeur Investeringen kan van het aan hem in het eerste lid verleende mandaat ondermandaat verlenen aan functionarissen van het FMO.
a. besluiten te nemen inzake subsidieverlening op grond van artikel 2.7.4, onder h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken, overeenkomstig de daartoe vastgestelde beleidsvoornemens; en
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld onder a.
2. De Directeur Investeringen kan van het aan hem in het eerste lid verleende mandaat ondermandaat verlenen aan functionarissen van het FMO.