1. Indien Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan omroepverenigingen en een educatieve omroepinstelling erkenningen als bedoeld in
artikel 31 van de Mediawetheeft verleend voor een periode van vijf jaren, worden deze erkenningen met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege omgezet in erkenningen voor een periode van drie jaren.
2. Indien Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan omroepverenigingen voorlopige erkenningen als bedoeld in
artikel 37 van de Mediawetheeft verleend voor een periode van vijf jaren, worden deze voorlopige erkenningen met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege omgezet in voorlopige erkenningen voor een periode van drie jaren.