De commissie is belast met besluitvorming over de uitoefening van bevoegdheden ter voorkoming van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrechtof om op voorhand de gevolgen daarvan te beperken.
1. Vaste leden van de commissie zijn:
a. de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, tevens voorzitter;
b. de Vice-Minister-President, zijnde de Minister van Financiën;
c. de Vice-Minister-President, zijnde de Minister van Economische Zaken;
d. de Minister van Justitie;
e. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
2. Afhankelijk van de agenda wordt de commissie zonodig aangevuld met andere ministers die bij het te behandelen onderwerp betrokken zijn.
3. Andere dan de genoemde ministers kunnen desgewenst de vergadering van de commissie bijwonen.
4. De in het tweede en derde lid genoemde ministers hebben dezelfde rechten als de vaste leden.
1. Als secretaris wordt aangewezen een ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken.
2. Als adjunct-secretaris wordt aangewezen een ambtenaar van het ministerie van Justitie.