Het laboratorium dat overeenkomstig artikel 2, eerste lid, is erkend, voert het in
artikel 2, eerste lid, van de verordening, bedoelde onderzoek uit met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a. indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd worden deze onderzocht met toepassing van de AGP-test;
b. indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van pluimvee, niet zijnde vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met h, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd, worden deze onderzocht met toepassing van de Elisa-test;
c. na het bekend worden van de resultaten van het onderzoek van de onder a en b bedoelde bloedmonsters, zendt het laboratorium onverwijld een afschrift van de resultaten naar de betrokken ondernemer;
d. het laboratorium zendt alle ingezonden bloedmonsters die naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, een positieve uitslag geven, onverwijld naar het CIDC-Lelystad;
e. het laboratorium rapporteert per kwartaal schriftelijk aan de voorzitter hoeveel onderzoeken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, zijn uitgevoerd en op welke pluimveebedrijven deze onderzoeken betrekking hebben; en
f. het laboratorium zendt per kwartaal een afschrift van de resultaten van de verrichte onderzoeken, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de verordening, naar het CIDC- Lelystad.