Artikel 1
1. In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de Werkloosheidswetheeft de werknemer die in de door de zeebeving van 26 december 2004 getroffen gebieden in Azië of Afrika verblijf houdt in verband met het verrichten van wederopbouwwerkzaamheden, gedurende ten hoogste een periode van drie maanden recht op uitkering.
2. De periode van drie maanden, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de werknemer, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in de in het eerste lid bedoelde gebieden in Azië of Afrika en eindigt op het moment dat de werknemer niet langer wederopbouwwerkzaamheden verricht.
3. Onder verblijf houden in gebieden in Azië of Afrika als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan in die gebieden, in verband met de reis naar en van die gebieden in Azië of Afrika.
2. De periode van drie maanden, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de werknemer, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in de in het eerste lid bedoelde gebieden in Azië of Afrika en eindigt op het moment dat de werknemer niet langer wederopbouwwerkzaamheden verricht.
3. Onder verblijf houden in gebieden in Azië of Afrika als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan in die gebieden, in verband met de reis naar en van die gebieden in Azië of Afrika.