Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Economische Zaken;
b. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
c. kennisinstelling: een universiteit, hogeschool, onderzoeksinstelling of een onderzoeksafdeling;
d. universiteit: een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
e. hogeschool: een onder c, f of g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
f. onderzoeksinstelling: een in de bij deze regeling behorende bijlage 1 vermelde instelling;
g. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
h. onderzoeksafdeling: een onderzoeksafdeling, die onderdeel vormt van een onderneming of een groep die niet als hoofddoelstelling onderzoek en ontwikkeling heeft en die in 2003 kosten voor onderzoek en ontwikkeling heeft gemaakt van ten minste € 60.000.000;
i. kennisoverdrachtsproject: een door een kennisinstelling verrichte activiteit, bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, beantwoorden van een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer of een aantal ondernemers gezamenlijk, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe technologie of technologische kennis met betrekking tot producten, processen of diensten;
j. innovatievoucher: een door de minister aan een ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een kennisoverdrachtsproject.
2. Geen kennisoverdrachtsproject in de zin van deze regeling is een project waarbij de beantwoording van een toepassingsgerichte kennisvraag uitsluitend plaatsvindt door het leveren van goederen of het geven van cursussen.
a. minister: de Minister van Economische Zaken;
b. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
c. kennisinstelling: een universiteit, hogeschool, onderzoeksinstelling of een onderzoeksafdeling;
d. universiteit: een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
e. hogeschool: een onder c, f of g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
f. onderzoeksinstelling: een in de bij deze regeling behorende bijlage 1 vermelde instelling;
g. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van of
– overwegende zeggenschap heeft over
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
h. onderzoeksafdeling: een onderzoeksafdeling, die onderdeel vormt van een onderneming of een groep die niet als hoofddoelstelling onderzoek en ontwikkeling heeft en die in 2003 kosten voor onderzoek en ontwikkeling heeft gemaakt van ten minste € 60.000.000;
i. kennisoverdrachtsproject: een door een kennisinstelling verrichte activiteit, bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, beantwoorden van een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer of een aantal ondernemers gezamenlijk, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe technologie of technologische kennis met betrekking tot producten, processen of diensten;
j. innovatievoucher: een door de minister aan een ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een kennisoverdrachtsproject.
2. Geen kennisoverdrachtsproject in de zin van deze regeling is een project waarbij de beantwoording van een toepassingsgerichte kennisvraag uitsluitend plaatsvindt door het leveren van goederen of het geven van cursussen.