1. Op de betrokkene wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004 blijven de
artikelen 4,
5,
6,
7,
13,
20,
39,
40,
41,
42en
43van toepassing zoals deze luidden op de dag voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
2. Met betrekking tot de betrokkene wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot 1 april 2004 wordt de wijziging van het
Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijsals gevolg van dit besluit geëffectueerd met ingang van 1 april 2005.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig
artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.