Artikel 1
Op de vice-president, de leden van de Raad van State en de staatsraden, zijn van toepassing hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 30 en 31, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, betrekking hebbende op de regels inzake arbeidsgezondheidskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid die van toepassing zijn op voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. «functionele autoriteit»: vice-president van de Raad van State.
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. «functionele autoriteit»: vice-president van de Raad van State.