1. Onderzoeken naar de oorzaken van plaats gehad hebbende scheepsrampen, die door de Raad voor de Scheepvaart zijn ingesteld maar nog niet zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, worden door de Raad voor de Scheepvaart afgehandeld, tenzij de voorzitter van de Raad nog geen zittingsdatum voor het onderzoek heeft vastgesteld, in welk geval het onderzoek verder als een onderzoek naar een voorval waarbij een zeeschip is betrokken, door de Onderzoeksraad voor veiligheid wordt behandeld.
2. Ten aanzien van door de Raad voor de Scheepvaart af te handelen onderzoeken blijven de bij en krachtens de
hoofdstukken III,
IV en
V en de
artikelen 56 en
70 van de Schepenwet gestelde regels, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D en F, van kracht.