De projectplannen voldoen aan de volgende vereisten:
1. Projectorganisatie: Uit het projectplan blijkt dat de projectorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen: a. Een overzicht van bevoegd gezagorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen die deelnemen aan het regionaal platform.
b. Een subsidieaanvrager.
c. Afspraken binnen het project met betrekking tot de samenwerking binnen het regionaal platform, de overlegstructuur, het projectmanagement en de administratie.
a. Een overzicht van bevoegd gezagorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen die deelnemen aan het regionaal platform.
b. Een subsidieaanvrager.
c. Afspraken binnen het project met betrekking tot de samenwerking binnen het regionaal platform, de overlegstructuur, het projectmanagement en de administratie.
2. Platform analyse: De basis voor de aanpak is een analyse van de regionale situatie op de onderwijsarbeidsmarkt op in ieder geval de onderstaande onderdelen. Deze analyse wordt mede gebaseerd op de kwantitatieve analyse van de onderwijsarbeidsmarkt in de risicoregio’s uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: a. Verschil in de openstaande vacature-intensiteit tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode 2002-2004.
b. Verschil in het aandeel onbevoegden en onderbevoegden tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode van 2002-2004.
c. De toekomstige vraag naar onderwijspersoneel.
d. Kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten met betrekking tot het aanbod van onderwijspersoneel.
e. Knelpunten met betrekking tot opleidingsmogelijkheden, uitbreidingsmogelijkheden en wervingsmogelijkheden.
f. Knelpunten bij de opzet van een meerjarige personeelsplanning voor de regio (en voor een bevoegd gezag).
a. Verschil in de openstaande vacature-intensiteit tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode 2002-2004.
b. Verschil in het aandeel onbevoegden en onderbevoegden tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode van 2002-2004.
c. De toekomstige vraag naar onderwijspersoneel.
d. Kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten met betrekking tot het aanbod van onderwijspersoneel.
e. Knelpunten met betrekking tot opleidingsmogelijkheden, uitbreidingsmogelijkheden en wervingsmogelijkheden.
f. Knelpunten bij de opzet van een meerjarige personeelsplanning voor de regio (en voor een bevoegd gezag).
3 Projectfasering: Het project kent de volgende fasen: · Fase 1: april 2005 tot en met augustus 2005.
· Fase 2: september 2005 tot en met augustus 2006.
· Fase 3: september 2006 tot en met juli 2007.
· Fase 1: april 2005 tot en met augustus 2005.
· Fase 2: september 2005 tot en met augustus 2006.
· Fase 3: september 2006 tot en met juli 2007.
4 Projectdoelen: a. Het regionale doel sluit aan op het doel van deze subsidie, bedoeld in artikel 2.
b. Er zijn projectdoelen geformuleerd en deze worden bereikt op 1 augustus 2007.
c. De projectdoelen sluiten aan op de onder 7, 8 en 9 bedoelde knelpunten.
d. De doelen zijn concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers.
a. Het regionale doel sluit aan op het doel van deze subsidie, bedoeld in artikel 2.
b. Er zijn projectdoelen geformuleerd en deze worden bereikt op 1 augustus 2007.
c. De projectdoelen sluiten aan op de onder 7, 8 en 9 bedoelde knelpunten.
d. De doelen zijn concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers.
5. Deelprojecten: a. De geformuleerde deelprojecten sluiten aan op bovenstaande projectdoelen.
b. De beschrijving van de deelprojecten sluit aan op de projectfasering.
c. Per deelproject zijn de volgende onderdelen beschreven: · de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen;
· de activiteiten;
· de verantwoordelijke(n);
· de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen;
· de tijdsplanning;
· de tussenresultaten per projectfase;
· het verwachte eindresultaat.
· de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen;
· de activiteiten;
· de verantwoordelijke(n);
· de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen;
· de tijdsplanning;
· de tussenresultaten per projectfase;
· het verwachte eindresultaat.
a. De geformuleerde deelprojecten sluiten aan op bovenstaande projectdoelen.
b. De beschrijving van de deelprojecten sluit aan op de projectfasering.
c. Per deelproject zijn de volgende onderdelen beschreven: · de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen;
· de activiteiten;
· de verantwoordelijke(n);
· de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen;
· de tijdsplanning;
· de tussenresultaten per projectfase;
· het verwachte eindresultaat.
· de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen;
· de activiteiten;
· de verantwoordelijke(n);
· de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen;
· de tijdsplanning;
· de tussenresultaten per projectfase;
· het verwachte eindresultaat.
6. De begroting: a. De begroting is gerelateerd aan de activiteiten en de fasering van het project.
b. In de begroting kunnen loonkosten, overheadkosten en kosten voor inhuur van derden worden opgevoerd.
c. De loonkosten hebben betrekking op de inzet van onderwijspersoneel voor de uitvoering van activiteiten uit het projectplan. Deze kosten moeten worden uitgedrukt in een uurtarief.
d. De overheadkosten bedragen niet meer dan 10% van de projectkosten. Onder overheadkosten wordt verstaan: de kosten voor projectmanagement en de administratiekosten.
e. De kosten voor inhuur van derden op basis van een offerte bedragen niet meer dan 15% van de projectkosten.
a. De begroting is gerelateerd aan de activiteiten en de fasering van het project.
b. In de begroting kunnen loonkosten, overheadkosten en kosten voor inhuur van derden worden opgevoerd.
c. De loonkosten hebben betrekking op de inzet van onderwijspersoneel voor de uitvoering van activiteiten uit het projectplan. Deze kosten moeten worden uitgedrukt in een uurtarief.
d. De overheadkosten bedragen niet meer dan 10% van de projectkosten. Onder overheadkosten wordt verstaan: de kosten voor projectmanagement en de administratiekosten.
e. De kosten voor inhuur van derden op basis van een offerte bedragen niet meer dan 15% van de projectkosten.