Artikel 1
1. Gelet op artikel 19 van de Wet vergoeding leden Eerste Kamerbedraagt de vergoeding voor de aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten bedoeld in van artikel 16, derde lid, van genoemde wetvoor het jaar 2005 € 2.122,07 op jaarbasis.
2. Voor leden voor wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964voor toepassing van die wet als dienstbetrekking kan worden aangemerkt, geldt ingevolge artikel 16, tweede lid van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamereen beroepskostenvergoeding voor het jaar 2005 van € 4.420,98 op jaarbasis.
2. Voor leden voor wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964voor toepassing van die wet als dienstbetrekking kan worden aangemerkt, geldt ingevolge artikel 16, tweede lid van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamereen beroepskostenvergoeding voor het jaar 2005 van € 4.420,98 op jaarbasis.