Artikel 1
In afwijking van artikel 31, derde lid, van de Kaderwet bestuur in veranderingkan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de geldigheid van de gemeenschappelijke regelingen die krachtens die wetzijn getroffen, nogmaals worden verlengd, voor een periode van ten hoogste twee jaar. Onze Minister stelt de besturen van het betrokken regionale openbare lichamen onverwijld in kennis van de voordracht.