Artikel 1
1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de Richtlijn: de Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de belastingheffing op inkomsten van spaargelden in de vorm van rentebetalingen (PbEG L 157);
b. uiteindelijk gerechtigde: een uiteindelijk gerechtigde als bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn;
c. uitbetalende instantie: een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4 van de Richtlijn;
d. rentebetaling: een rentebetaling als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn, met dien verstande dat artikel 15 van de Richtlijn van overeenkomstige toepassing is;
e. bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit voor de uitwisseling van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 37 van de Belastingregeling van het Koninkrijk.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt in de bepalingen in de Richtlijn waarnaar deze regeling verwijst in plaats van ‘lidstaten’ gelezen: de landen van het Koninkrijk, al naar de context vereist.
a. de Richtlijn: de Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de belastingheffing op inkomsten van spaargelden in de vorm van rentebetalingen (PbEG L 157);
b. uiteindelijk gerechtigde: een uiteindelijk gerechtigde als bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn;
c. uitbetalende instantie: een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4 van de Richtlijn;
d. rentebetaling: een rentebetaling als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn, met dien verstande dat artikel 15 van de Richtlijn van overeenkomstige toepassing is;
e. bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit voor de uitwisseling van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 37 van de Belastingregeling van het Koninkrijk.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt in de bepalingen in de Richtlijn waarnaar deze regeling verwijst in plaats van ‘lidstaten’ gelezen: de landen van het Koninkrijk, al naar de context vereist.