1. Het Platform bestaat uit de voorzitter en ten hoogste twintig andere leden.
2. De Minister van Verkeer en Waterstaat benoemt na overleg met de Minister van Financiën de voorzitter en de andere leden van het Platform. Het Platform kan uit de leden een ondervoorzitter aanwijzen.
3. De leden van het Platform worden op eigen aanvraag door de Minister van Verkeer en Waterstaat ontslagen. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan hen voorts schorsen en ontslaan wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
4. De voorzitter ontvangt een vergoeding overeenkomstig het maximum salarisnummer behorend bij schaal 18 van
bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, uitgaande van een deeltijdfactor van 0,25. De overige leden hebben voor hun werkzaamheden per vergadering recht op een vergoeding van € 230,–, en een vergoeding van hun reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regels die gelden ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren.