1. Het is toegestaan een toevoegingsmiddel, met uitzondering van antibiotica, dat niet ingevolge een communautaire maatregel is toegelaten, alsmede voormengsels en diervoeders met dat toevoegingsmiddel te bereiden, verpakken, etiketteren, vervoeren, vervoederen, in het verkeer te brengen en voorhanden of in voorraad te hebben, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
a. het toevoegingsmiddel, het voormengsel of het diervoeder verkeert als zodanig dan wel voor wat betreft een uitbreiding van de toepassingsmogelijkheden kennelijk in een proefstadium, of wordt voor onderzoeksdoeleinden aangewend;
b. Onze Minister heeft voor de proefneming of het onderzoek toestemming verleend op aanvraag;
c. de dieren waaraan de diervoeders worden gevoederd, worden niet gebruikt voor de productie van levensmiddelen, tenzij dit naar het oordeel van Onze Minister geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu;
d. het onderzoek of de proef voldoet aan de bij ministeriële regeling ter uitvoering van communautaire maatregelen gestelde regels omtrent de beoordeling van toevoegingsmiddelen in diervoeders.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het indienen van een aanvraag om toestemming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de verlenging of wijziging daarvan alsmede omtrent de wijze van behandeling. Daarbij kan onder meer worden bepaald welke gegevens en bescheiden worden overgelegd alvorens een aanvraag in behandeling wordt genomen.