Als agglomeratie worden aangewezen:
a. de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, omvattende de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad, Zandvoort;
b. de agglomeratie Den Haag/Leiden, omvattende de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijnsburg, Rijswijk, Valkenburg, Voorschoten, Wassenaar, Westland, Zoetermeer;
c. de agglomeratie Eindhoven, omvattende de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Veldhoven;
d. de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, omvattende de gemeenten: Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Voerendaal;
e. de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, omvattende de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam; Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Vlaardingen, Zwijndrecht;
f. de agglomeratie Utrecht, omvattende de gemeenten: Houten, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht, IJsselstein;
g. de agglomeratie Alkmaar, omvattende de gemeenten: Alkmaar, Bergen, Heiloo, Heerhugowaard, Langedijk;
h. de agglomeratie Enschede, omvattende de gemeenten: Almelo, Enschede, Hengelo;
i. de agglomeratie Gouda, omvattende de gemeenten: Alphen aan de Rijn, Boskoop, Gouda, Waddinxveen;
j. de agglomeratie Hilversum, omvattende de gemeenten; Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Naarden, Weesp;
k. Almere;
l. Amersfoort
m. Apeldoorn;
n. Arnhem;
o. Breda;
p. Den Bosch;
q. Groningen;
r. Maastricht;
s. Nijmegen;
t. Tilburg;
u. Zwolle.