1. Het bestuur van de vennootschap waarvan de statuten op de datum van inwerkingtreding van deze wet de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen met toepassing van de
artikelen 158 tot en met 164onderscheidenlijk
268 tot en met 274, doet in de eerstvolgende algemene vergadering die wordt gehouden nadat zes maanden zijn verstreken na de inwerkingtreding van deze wet het voorstel de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen in de statuten te regelen zonder toepassing van de genoemde artikelen, dan wel het voorstel deze artikelen te blijven toepassen, met inachtneming van
artikel 154onderscheidenlijk
artikel 264, indien de vennootschap op of na 1 januari 1997 is overgegaan tot toepassing van de
artikelen 158 tot en met 164onderscheidenlijk
268 tot en met 274terwijl werd voldaan aan een omstandigheid genoemd in
artikel 153 lid 3of
263 lid 3onderscheidenlijk
artikel 155of
265, dan wel de vennootschap op of na 1 januari 1997 is gaan voldoen aan een omstandigheid genoemd in
artikel 153 lid 3of
263 lid 3onderscheidenlijk
artikel 155of
265terwijl de toepassing van de
artikelen 158 tot en met 164onderscheidenlijk
268 tot en met 274dateert van voor die datum. De
leden 5, 6 en 7 van artikel 154onderscheidenlijk
264zijn van overeenkomstige toepassing. Geen voorstel behoeft te worden gedaan indien de vennootschap op de datum van inwerkingtreding van de wet geen beroep kan doen op een omstandigheid genoemd in
artikel 153 lid 3of
263 lid 3dan wel
artikel 155of
265alsmede indien de toepassing van de
artikelen 158 tot en met 164onderscheidenlijk de
artikelen 268 tot en met 274zoals deze luiden voor de inwerkingtreding van deze wet is gebaseerd op een besluit van de algemene vergadering dat genomen is ter uitvoering van overeenstemming met de raad van commissarissen en de ondernemingsraad over de toepassing van die artikelen.
2. De raad van commissarissen van de vennootschap waarop de
artikelen 158 tot en met 164onderscheidenlijk
268 tot en met 274van toepassing zijn, stelt binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig
artikel 158 lid 3onderscheidenlijk
artikel 268 lid 3een profielschets voor zijn beoogde omvang en samenstelling op, met vermelding wanneer benoeming van een commissaris plaatsvindt met inachtneming van het aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad op grond van
artikel 158 lid 6onderscheidenlijk
268 lid 6. Bespreking van de profielschets in de algemene vergadering vindt uiterlijk plaats in de eerstvolgende algemene vergadering die wordt gehouden nadat de termijn van zes maanden is verstreken.
3. De benoeming van een lid van de raad van commissarissen geschiedt na de inwerkingtreding van deze wet zodanig, dat op iedere tweede vacature
artikel 158, zesde lid, onderscheidenlijk
artikel 268, zesde lid, wordt toegepast totdat een derde van de commissarissen krachtens dat lid is benoemd.