Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij daarin anders is bepaald, verstaan onder:
a. buitenlands schip: een zeeschip dat niet gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
b. haven: een anker- of ligplaats onder Nederlandse jurisdictie voor schepen, al dan niet in zee;
c. kapitein: de gezagvoerder van een schip of diens vervanger;
d. exploitant: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;
e. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. Voor de toepassing van deze wet wordt met een buitenlands schip gelijkgesteld een schip dat op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren.
a. buitenlands schip: een zeeschip dat niet gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
b. haven: een anker- of ligplaats onder Nederlandse jurisdictie voor schepen, al dan niet in zee;
c. kapitein: de gezagvoerder van een schip of diens vervanger;
d. exploitant: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;
e. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. Voor de toepassing van deze wet wordt met een buitenlands schip gelijkgesteld een schip dat op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren.