1. De bij inwerkingtreding van deze wet bij het gemeentebestuur, bedoeld in
artikel 11, respectievelijk de commissie, bedoeld in
artikel 12, van de Wet sociale werkvoorzieningaanhangige besluiten respectievelijk adviesaanvragen, bedoeld in de
artikelen 6, derde lid,
11, eerste lid, of
11, tweede lid, van die wetworden tot 13 weken na inwerkingtreding van deze wet door dat gemeentebestuur respectievelijk die commissie afgehandeld met toepassing van
die weten de daarop gebaseerde besluiten zoals deze luidde vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet. De commissie blijft voor dit doel tot genoemd tijdstip gehandhaafd.
2. Besluiten respectievelijk adviesaanvragen die na de periode bedoeld in het eerste lid nog aanhangig zijn bij het gemeentebestuur respectievelijk de commissie worden, in de stand waarin zij zich bevinden, overgedragen aan de Centrale organisatie werk en inkomen.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij het gemeentebestuur aanhangige bezwaarschriften.