Artikel 1
De aan het hoofd van het Kabinet-Minister-President krachtens artikel 7 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004verleende bevoegdheden worden verleend aan:
a. de plaatsvervangend Secretaris-Generaal in zijn hoedanigheid van plaatsvervangend hoofd van het Kabinet Minister-President;
b. de secretaris van de Secretaris-Generaal en de secretaris van het hoofd Kabinet Minister-President: 1°. voor het aangaan van verplichtingen voor zover er financiële dekking is vanuit het prestatieplan en,
2°. voor zover het het budget protocol betreft, voor het aangaan van verplichtingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de duizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
1°. voor het aangaan van verplichtingen voor zover er financiële dekking is vanuit het prestatieplan en,
2°. voor zover het het budget protocol betreft, voor het aangaan van verplichtingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de duizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
a. de plaatsvervangend Secretaris-Generaal in zijn hoedanigheid van plaatsvervangend hoofd van het Kabinet Minister-President;
b. de secretaris van de Secretaris-Generaal en de secretaris van het hoofd Kabinet Minister-President: 1°. voor het aangaan van verplichtingen voor zover er financiële dekking is vanuit het prestatieplan en,
2°. voor zover het het budget protocol betreft, voor het aangaan van verplichtingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de duizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
1°. voor het aangaan van verplichtingen voor zover er financiële dekking is vanuit het prestatieplan en,
2°. voor zover het het budget protocol betreft, voor het aangaan van verplichtingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de duizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.