Artikel 1
1. De aan de directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken krachtens de artikelen 7en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004verleende bevoegdheden worden verleend aan het plaatsvervangend hoofd van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken.
2. Het plaatsvervangend hoofd van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken maakt van de in het eerste lid aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de Directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken aan hem zijn toevertrouwd.
2. Het plaatsvervangend hoofd van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken maakt van de in het eerste lid aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de Directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken aan hem zijn toevertrouwd.