1. Indien gebruik wordt gemaakt van een stempas geldt, in afwijking van
artikel K 11 van de Kieswet, hetgeen in het tweede tot en met twaalfde lid is bepaald.
2. De kiezer wordt niet toegelaten tot de stemming dan nadat de voorzitter van het stembureau de identiteit van de kiezer heeft vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling van de identiteit kan ook geschieden aan de hand van een kopie van het proces-verbaal dat van een vermissing van het document op ambtseed is opgemaakt door een opsporingsambtenaar van de Nederlandse, onderscheidenlijk de Nederlands-Antilliaanse of de Arubaanse politie, in combinatie met een document van de kiesgerechtigde op diens naam en voorzien van zijn foto.
4. Het tweede lid van het stembureau tekent op de stempas aan de aard van het document genoemd in het derde lid, aan de hand waarvan de identiteit van de kiezer is vastgesteld.
5. In het proces verbaal van de zitting wordt aantekening gehouden van de kiezers die op grond van het tweede lid niet zijn toegelaten tot de stemming alsmede van de kiezers die zijn toegelaten op grond van het derde lid.
6. Vervolgens overhandigt de kiezer aan de voorzitter van het stembureau de stempas.
7. De voorzitter van het stembureau controleert de echtheid van de stempas aan de hand van de informatie die hem door de burgemeester is verstrekt.
8. Indien het stembureau constateert dat de stempas niet echt is, houdt de voorzitter van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.
9. Indien de stempas echt is, noemt de voorzitter vervolgens duidelijk verstaanbaar het volgnummer dat vermeld is op de stempas.
10. Het tweede lid van het stembureau gaat na of het volgnummer is opgenomen in de opgave van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. Indien het volgnummer in de opgave is opgenomen, houdt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming. De voorzitter houdt hiervan aantekening.
11. Indien het volgnummer niet in de opgave is opgenomen, controleert de voorzitter vervolgens of de gegevens op het identiteitsdocument overeenkomen met de gegevens op de stempas. Indien de voorzitter constateert dat de gegevens niet overeenkomen, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming. De voorzitter houdt hiervan aantekening. Indien de gegevens wel overeenkomen, houdt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer toegelaten tot de stemming.
12. Ingevolge dit artikel ingenomen stempassen worden door het stembureau onbruikbaar gemaakt.