1. De projecten die in het kader van de sanering van spoorweglawaai in aanmerking komen voor subsidie, als bedoeld in deze regeling zijn:
a. projecten waarvoor de eerder verleende subsidie wordt verhoogd en die zijn geplaatst op een vóór 1 januari 2004 in de Staatscourant bekendgemaakte lijst als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer;
b. voor wat betreft afschermende maatregelen of geluidwerende maatregelen in plaats van of in aanvulling op afschermende of geluidreducerende maatregelen: projecten die voor 1 mei 2004 worden geplaatst op een lijst als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer;
c. subsidieaanvragen voor voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op afschermende maatregelen tegen spoorweglawaai of geluidreducerende maatregelen aan de constructie van de spoorweg, welke worden getroffen ter bescherming van een verzameling van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen waarvan ten minste een van deze een hogere geluidsbelasting vanwege een spoorweg ondervindt dan 65 dB(A).
2. De in het eerste lid onder a en b bedoelde projecten komen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Vervolgens komen de in het eerste lid onder c, bedoelde maatregelen voor subsidieverlening in aanmerking, waarbij geldt dat het eerst in aanmerking komen:
a. in het geval het geluidreducerende maatregelen betreft, projecten waarbij het quotiënt van het bedrag dat volgt uit toepassing van onderdeel 2 van Bijlage A, bij artikel 18 van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer en het aantal daarin betrokken woningen het grootste is;
b. in het geval het afschermende maatregelen betreft, projecten waarvan het quotiënt van de maximale schermkosten, bedoeld in Bijlage I, formulier RBb, bij de Uitvoeringsregeling sanering verkeerslawaai en de gemiddelde kosten van afschermende maatregelen, bedoeld in onderdeel B van Bijlage IV, behorend bij de Uitvoeringsregeling sanering verkeerslawaai, het grootste is;
c. in het geval het geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidwerende maatregelen in de plaats van geluidreducerende en afschermende maatregelen betreft, projecten waarvan de geluidsbelasting het hoogst is;
d. bij de toepassing van de onderdelen a, b en c, zal tevens het tijdstip van indiening van de aanvraag in de beoordeling worden betrokken.