1. De minister besluit over inwilliging van de aanvragen toe op grond van:
a. de bijdrage die de activiteiten leveren aan de ontwikkeling van het concept cultuurprofielschool op één van de volgende thema’s: 1. Inhoudelijke integratie van kunst, cultuur en erfgoed in het curriculum.
2. Accent op het Brede School concept.
3. Kunst en cultuur in het vmbo in samenwerking met het mbo-kunstvakonderwijs (in ontwikkeling)
4. Talentontwikkeling en samenwerking met het hbo-kunstvakonderwijs, en
1. Inhoudelijke integratie van kunst, cultuur en erfgoed in het curriculum.
2. Accent op het Brede School concept.
3. Kunst en cultuur in het vmbo in samenwerking met het mbo-kunstvakonderwijs (in ontwikkeling)
4. Talentontwikkeling en samenwerking met het hbo-kunstvakonderwijs, en
b. de landelijke overdraagbaarheid van het project,
c. een evenwichtige regionale spreiding van de activiteiten, en
d. een evenwichtige spreiding over de in dit lid, onder a, genoemde accenten die gelegd kunnen worden binnen het concept cultuurprofielschool.
2. De aanvrager geeft in de aanvraag aan bereid te zijn het project te laten begeleiden door een begeleidingscommissie van experts.
3. Indien het beschikbare budget, genoemd in artikel 3, eerste lid, zou worden overschreden door verstrekking van het maximale bedrag voor alle naar het oordeel van de minister daarvoor in aanmerking komende aanvragen, dan wijst de minister die aanvragen toe die het best voldoen aan de criteria.