1. De adviescommissie heeft tot taak te adviseren over de volgende vragen:
a. 1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands op basisniveau, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden beschouwd als een voldoende basisniveau voor de beheersing van het Nederlands om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, dat als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands op basisniveau, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden beschouwd als een voldoende basisniveau voor de beheersing van het Nederlands om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, dat als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd;
b. 1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de artikelen 20 en 33 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden gesteld om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;
3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
1°. in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in de artikelen 20 en 33 van de Vreemdelingenwet 2000, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven;
2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden gesteld om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;
3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
2. De adviescommissie houdt bij haar advisering rekening met:
a. analfabeten, geestelijke en lichamelijke gehandicapten;
b. relevante internationale verdragen, zoals de artikelen 8, 12 en 14 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens, het VN-Vrouwenverdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het Europees Sociaal Handvest, de EU-richtlijn voor gezinshereniging en de Associatie-Overeenkomst EEG-Turkije.
c. de uitkomsten van de evaluatie van de eindtermen voor de maatschappij-oriëntatie, waartoe inmiddels door de Staatssecretaris van OCW opdracht is verleend.