1. Na het verstrijken van de periode van indiening, genoemd in artikel 5, vierde of vijfde lid, worden de aanvragen in rangorde geplaatst.
2. De aanvragen worden beoordeeld naar de mate waarin de voorgestelde onderzoeksprojecten voldoen aan de volgende criteria:
a. ten aanzien van fundamenteel onderzoek: 1°. de wetenschappelijke probleem- en doelstelling van het onderzoeksproject is in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de wetenschappelijke benadering en onderzoeksmethode van het onderzoeksproject is duidelijk kenbaar;
3°. het onderzoeksproject heeft potentie tot verdieping, verbreding of toepassing van kennis;
4°. de begeleider van het onderzoeksproject is internationaal wetenschappelijk erkend;
5°. de haalbaarheid van het onderzoeksproject met inbegrip van de financiële aspecten is aangetoond;
6°. de vraagstelling en methode van het onderzoeksproject zijn origineel en innovatief;
7°. de noodzaak voor het geschikt maken van satellietgegevens voor verdere toepassing in vernieuwend wetenschappelijk onderzoek is aangetoond.
1°. de wetenschappelijke probleem- en doelstelling van het onderzoeksproject is in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de wetenschappelijke benadering en onderzoeksmethode van het onderzoeksproject is duidelijk kenbaar;
3°. het onderzoeksproject heeft potentie tot verdieping, verbreding of toepassing van kennis;
4°. de begeleider van het onderzoeksproject is internationaal wetenschappelijk erkend;
5°. de haalbaarheid van het onderzoeksproject met inbegrip van de financiële aspecten is aangetoond;
6°. de vraagstelling en methode van het onderzoeksproject zijn origineel en innovatief;
7°. de noodzaak voor het geschikt maken van satellietgegevens voor verdere toepassing in vernieuwend wetenschappelijk onderzoek is aangetoond.
b. ten aanzien van industrieel onderzoek gericht op het opdoen van nieuwe kennis: 1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de aanvrager is de potentiële gebruiker van de aan te tonen toepassing van het eindproduct;
3°. de gebruikerswensen ten aanzien van het eindproduct worden in het projectplan vastgesteld;
4°. de mogelijkheden en kansen voor toekomstig eindgebruik van het eindproduct zijn geïdentificeerd;
5°. het onderzoeksproject bouwt voort op de resultaten van fundamenteel onderzoek;
6°. de technische haalbaarheid van het onderzoeksproject is aangetoond;
7°. er wordt een kosten-baten analyse uitgevoerd;
8°. de bredere toepasbaarheid van de resultaten van het onderzoeksproject wordt in het projectplan aangetoond.
1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de aanvrager is de potentiële gebruiker van de aan te tonen toepassing van het eindproduct;
3°. de gebruikerswensen ten aanzien van het eindproduct worden in het projectplan vastgesteld;
4°. de mogelijkheden en kansen voor toekomstig eindgebruik van het eindproduct zijn geïdentificeerd;
5°. het onderzoeksproject bouwt voort op de resultaten van fundamenteel onderzoek;
6°. de technische haalbaarheid van het onderzoeksproject is aangetoond;
7°. er wordt een kosten-baten analyse uitgevoerd;
8°. de bredere toepasbaarheid van de resultaten van het onderzoeksproject wordt in het projectplan aangetoond.
c. ten aanzien van industrieel onderzoek gericht op het aanmerkelijk verbeteren van bestaande producten, processen en diensten: 1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de aanvrager is de gebruiker van het verbeterde product of de verbeterde dienst;
3°. de verbetering van het product, het proces of de dienst is gebaseerd op vastgestelde gebruikerseisen;
4°. het eindgebruik van het eindproduct is geïdentificeerd;
5°. de mogelijkheden en kansen voor toekomstig eindgebruik van het eindproduct zijn geïdentificeerd;
6°. er is aansluiting gezocht bij de resultaten van fundamenteel onderzoek;
7°. er wordt een kosten-baten analyse uitgevoerd.
1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de aanvrager is de gebruiker van het verbeterde product of de verbeterde dienst;
3°. de verbetering van het product, het proces of de dienst is gebaseerd op vastgestelde gebruikerseisen;
4°. het eindgebruik van het eindproduct is geïdentificeerd;
5°. de mogelijkheden en kansen voor toekomstig eindgebruik van het eindproduct zijn geïdentificeerd;
6°. er is aansluiting gezocht bij de resultaten van fundamenteel onderzoek;
7°. er wordt een kosten-baten analyse uitgevoerd.
d. ten aanzien van industrieel onderzoek gericht op het aanmerkelijk verbeteren van bestaande gegevensinfrastructuur: 1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de inhoudelijke kwaliteit en de voorgestelde technische aanpak zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
3°. de verhouding tussen de geraamde kosten en het te verwachten resultaat is aangegeven;
4°. de bijdrage aan de ontsluiting van informatie over en toegang tot beschikbare aardobservatiegegevens en geo-informatieproducten zijn aangegeven;
5°. de bijdrage aan de belangen van de aanbieders en de afnemers van informatie, gegevens en geo-informatieproducten is aangegeven;
6°. de aansluiting bij Europese en niet-Europese initiatieven op het gebied van de aardobservatie gegevensinfrastructuur is aangegeven;
7°. de raming van de voorziene exploitatiekosten van de gegevensinfrastructuur is aangegeven;
8°. de bijdrage van de gegevensinfrastructuur aan toekomstig duurzaam gebruik van toepassingen van aardobservatie is aangegeven.
1°. de beschrijving en het te bereiken resultaat van het onderzoeksproject zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
2°. de inhoudelijke kwaliteit en de voorgestelde technische aanpak zijn in begrijpelijke en heldere termen geformuleerd;
3°. de verhouding tussen de geraamde kosten en het te verwachten resultaat is aangegeven;
4°. de bijdrage aan de ontsluiting van informatie over en toegang tot beschikbare aardobservatiegegevens en geo-informatieproducten zijn aangegeven;
5°. de bijdrage aan de belangen van de aanbieders en de afnemers van informatie, gegevens en geo-informatieproducten is aangegeven;
6°. de aansluiting bij Europese en niet-Europese initiatieven op het gebied van de aardobservatie gegevensinfrastructuur is aangegeven;
7°. de raming van de voorziene exploitatiekosten van de gegevensinfrastructuur is aangegeven;
8°. de bijdrage van de gegevensinfrastructuur aan toekomstig duurzaam gebruik van toepassingen van aardobservatie is aangegeven.
3. Aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op fundamenteel onderzoek naar klimaatmonitoring en die voldoen aan de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde criteria, worden bij de rangschikking van de aanvragen zodanig in de rangorde geplaatst, dat binnen het subsidieplafond voor fundamenteel onderzoek een minimumbedrag aan dergelijke aanvragen is besteed. Voor 2003 is het minimumbedrag gesteld op € 161.386, voor 2004 op € 133.108, voor 2005 op € 199.663 en voor 2006 op € 199.663.
4. Aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op industrieel onderzoek naar klimaatmonitoring en die voldoen aan de in het tweede lid, onderdelen b of c, genoemde criteria, worden bij de rangschikking van de aanvragen zodanig in de rangorde geplaatst, dat binnen het subsidieplafond voor industrieel onderzoek een minimumbedrag aan dergelijke aanvragen is besteed. Voor 2003 is het minimumbedrag gesteld op € 161.386, voor 2004 op € 133.108, voor 2005 op € 299.494 en voor 2006 op € 199.663.
5. Aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op industrieel onderzoek ten aanzien waarvan in de uitvoering samengewerkt wordt met bedrijven en die voldoen aan de in het tweede lid, onderdelen b of c, genoemde criteria, worden bij de rangschikking van de aanvragen zodanig in de rangorde geplaatst, dat binnen het subsidieplafond voor industrieel onderzoek een minimumbedrag aan dergelijke aanvragen is besteed. Voor 2003 is het minimumbedrag gesteld op € 484.032, voor 2004 op € 242.016 en voor 2005 op € 453.870.
6. Indien het subsidiebedrag dat verleend kan worden aan de subsidieaanvrager wiens aanvraag als eerste in de rangorde is geplaatst, lager is dan het subsidieplafond, genoemd in artikel 3, eerste of tweede lid, of het subsidieplafond bedoeld in artikel 3, derde lid, verleent de minister dat subsidiebedrag. Indien aan de aanvrager van de volgende aanvraag een subsidiebedrag verleend kan worden dat lager is dan het bedrag dat na beslissing op de eerste aanvraag resteert, verleent de minister ook aan die aanvrager dat subsidiebedrag, en zo vervolgens.
7. Indien in de rangorde een aanvraag aan de orde is, waarop een hoger bedrag kan worden verleend dan het bedrag dat van het subsidieplafond resteert, wordt het subsidiebedrag bepaald gelijk aan dat bedrag.
8. De minister wijst de resterende aanvragen af.