1. De projectorganisatie ressorteert rechtstreeks onder de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. Aan het hoofd van de projectorganisatie staat een projectleider.
De projectorganisatie heeft de volgende taken:
a. het uitvoeren van het project ‘Professionalisering van de secretaressefunctie bij SZW’, dat zich, in het verlengde van de implementatie van competentieprofielen, richt op het aanbieden van een talentanalyse aan secretaressen op grond waarvan zij aansluitend een door de projectorganisatie te ontwikkelen leertraject kunnen volgen;
b. het uitvoeren van het interdepartementale project ‘Vernieuwing van de secretaressefunctie bij het Rijk’, dat is opgezet om de inhoud en het aanzien van de secretaressefunctie te vernieuwen om voor de secretaresse een doelmatiger taakverdeling te bereiken en de functie van secretaresse afwisselender en aantrekkelijker te maken.
1. De artikelen 3 en 11 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal SZW 2003 zijn van overeenkomstige toepassing op de projectleider.
2. De plaatsvervangend secretaris-generaal stelt de jaarplannen vast van de projectorganisatie. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter beschikking is gesteld, kent de plaatsvervangend secretaris-generaal aan de projectleider de budgetten toe waarover deze mag beschikken. De plaatsvervangend secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van jaarplannen van de projectorganisatie.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2003.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsbesluit projectorganisatie Secretaressen bij het Rijk.