Van het verbod van artikel 10, eerste lid, van de wet wordt voor het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van de in de bijlagebij deze regeling vermelde werkzame stoffen bevatten, vrijstelling verleend aan degenen die gedurende het teeltseizoen 2003:
a. beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld, of
b. ten behoeve van een onder a bedoeld persoon ter uitoefening van een beroep of bedrijf werkzaamheden met het betrokken gewasbeschermingsmiddel verrichten.
De in artikel 2bedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op de gewasbeschermingsmiddelen die voor de betrokken werkzame stof in deel Ivan de bijlagebij deze regeling staan vermeld, en voor zover het afleveren, het voorhanden of in voorraad hebben, het binnen Nederland brengen of het gebruiken van die gewasbeschermingsmiddelen plaats vindt ten behoeve van de bestrijding van de ziekte of plaag in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld.
De in artikel 2bedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing, voor zover het middel wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorschriften, zoals die voor de betrokken werkzame stof zijn opgenomen in deel Ivan de bijlagebij deze regeling, en de overige voorschriften in deel IIvan de bijlagebij deze regeling worden nageleefd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.