1. In afwijking van
artikel 77a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijswordt indien op de school een leerling wordt ingeschreven voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, dat leerlinggebonden budget gerekend vanaf de in
artikel 77a, tweede lid, bedoelde datum, aan het bevoegd gezag van die school toegekend met ingang van 1 augustus volgend op die inschrijving.
2. In afwijking van
artikel 8a van het Bekostigingsbesluit W.V.O.wordt de vergoeding in verband met een leerling met leerlinggebonden budget voor de schooljaren 2003–2004 en 2004–2005, en 2005–2006 vastgesteld op het bedrag dat het verschil bedraagt tussen de in
artikel 8a van genoemd besluitvoor de desbetreffende onderwijssoort vermelde bedrag en het in genoemd artikel voor de desbetreffende onderwijssoort vermelde verplicht her te besteden bedrag.
3. Het verplicht her te besteden bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt in de vorm van een aantal formatierekeneenheden en een geldbedrag ten behoeve van de materiële instandhouding volgens onderstaande tabel toegekend aan de school als bedoeld in de
Wet op de expertisecentrawaarbinnen onderwijs wordt gegeven van de soort waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard:
[tabel]
4. Het bevoegd gezag van de school waarbij de leerling is ingeschreven, meldt Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, welke school, bedoeld in de
Wet op de expertisecentrade ambulante begeleiding van de leerling verzorgt.