1. De ondernemer die gewetensbezwaren heeft tegen het bij of krachtens
artikel 2, eerste en derde lid van de verordening bepaalde, kan een schriftelijke aanvraag tot erkenning, volgens het daartoe vastgestelde model, zenden aan de directeur van de Gezondheidsdienst. De directeur van de Gezondheidsdienst zal binnen een termijn van een maand nadat de aanvraag is ontvangen, een schriftelijk advies richten aan de voorzitter van het productschap.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid dient vergezeld te gaan van een verklaring van de dierenarts die vermeld staat op het aanmeld- dan wel mutatieformulier, inhoudende dat binnen de vestiging gedurende de afgelopen 3 jaar geen enkele vaccinatie door een dierenarts is uitgevoerd.
3. Indien in afwijking van het in lid 2 gestelde, de in lid 2 bedoelde verklaring niet kan worden overgelegd, dient de door de Stichting ingestelde vertrouwenscommissie advies te geven aan de directeur van de Gezondheidsdienst, alvorens de directeur van de Gezondheidsdienst schriftelijk zijn advies zal richten aan het Productschap.
4. De directeur van de Gezondheidsdienst kan indien hij dat nodig acht in verband met de goede uitvoering van de verordening, in zijn advies voorstellen voor beperkingen, voorstellen voor nadere voorwaarden en/of voorstellen voor voorschriften opnemen. Deze voorstellen kunnen worden gewijzigd, ingetrokken, of aangevuld dan wel nadien aan het advies worden toegevoegd.