1. De subsidieontvanger doet jaarlijks uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor het voorafgaande kalenderjaar.
2. De minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot subsidievaststelling.
3. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.
4. De subsidie wordt - met inachtneming van de door de minister goed te keuren egalisatiereserve - vastgesteld op basis van de werkelijke kosten.
5. De financiële verantwoording, bedoeld in
artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht, gaat vergezeld van een verklaring over de naleving van de subsidie-voorwaarden door de subsidieontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
6. In het subsidiebedrag zijn de kosten van de verklaring bedoeld in het vijfde lid begrepen.
7. In aanvulling op de financiële verantwoording van de besteding van de subsidie, rapporteert de subsidieontvanger over het resultaat dat door de inzet van de met behulp van deze subsidie verkregen faciliteiten is behaald (activiteitenverslag).
8. Uit de financiële verantwoording van de deelnemersorganisaties dient expliciet te blijken, dat geen gelden van één der organisaties is besteed voor doeleinden, die niet primair de versterking van de eigen organisatie ten doel hebben, die niet direct ten goede komen aan de eigen organisatie of die niet direct verband houden met de taak van de deelnemersorganisaties.