1. Indien de verlaging van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 2 onder b, ten aanzien van de Ondernemer of ten aanzien van een andere ondernemer door een rechterlijke instantie geheel of gedeeltelijk onrechtmatig wordt geoordeeld, is de Ondernemer gehouden het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die deze verlaging van de tegemoetkoming in de schade heeft opgelegd, aan te spreken teneinde een financiële vergoeding te verkrijgen ter hoogte van het gedeelte van de verlaging dat onrechtmatig is geoordeeld.
2. Voorzover voorgaande niet leidt tot het verkrijgen van een financiële vergoeding voor het gedeelte dat de verlaging van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 2 onder b, onrechtmatig is geoordeeld, is de Ondernemer gehouden het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij hiertoe in rechte te betrekken.
3. De Ondernemer is gehouden zijn rechten op de financiële vergoeding voor het gedeelte dat de verlaging van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 2 onder b, onrechtmatig is geoordeeld aan het Productschap over te dragen middels een daartoe ondertekende akte van cessie, met dien verstande dat het bedrag dat dient te worden gerestitueerd niet meer bedraagt dan de som die krachtens dit besluit is ontvangen.
4. Voor de akte van cessie, bedoeld in lid 3, wordt gebruik gemaakt van de hiertoe door de voorzitter vastgestelde akte van cessie.