1. Het bedrag, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet wordt berekend door vermenigvuldiging van het in het tweede lid genoemde uurtarief met het aantal uren dat met het toezicht op een geldtransactiekantoor is gemoeid.
2. Het uurtarief voor toezicht bedraagt € 93,50.
3. De Bank verstrekt aan elk geldtransactiekantoor door middel van een brief een rekening waarop de bestede uren ten behoeve van het toezicht op dat geldtransactiekantoor worden gespecificeerd.
1. De Bank publiceert jaarlijks voor 1 mei een overzicht van de ontvangsten over het afgelopen jaar.
2. Het in het eerste lid bedoelde overzicht dient voorafgaand aan de publicatie te worden gecontroleerd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kostenverhaal Wet inzake de geldtransactiekantoren.
Deze regeling zal met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.