BWBR0013782
Artikel 8
Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002
1 De burgemeester en de Gouverneur van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten,
dragen de wegens de verzoeken tot naturalisatie ontvangen gelden onder aftrek van
het bedrag, genoemd in het tweede lid, op de door Onze Minister daartoe bepaalde wijze
en tijdstippen aan Onze Minister af. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post
draagt de gelden, bedoeld in de eerste zin, op de door Onze Minister daartoe bepaalde
wijze en tijdstippen af aan Onze Minister door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse
Zaken.
2 De afdrachtplichtige ontvangt voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, een vergoeding van 168 euro, 373 Nederlands-Antilliaanse gulden, 207 USD dan wel
373 Arubaanse florin. Voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 3, derde
lid, ontvangt de afdrachtplichtige een vergoeding van 286 euro, 634 Nederlands-Antilliaanse
gulden, 353 USD dan wel 634 Arubaanse florin. Met betrekking tot de verzoeken, bedoeld
in artikel 4, eerste lid, vindt geen vergoeding plaats. Met betrekking tot de verzoeken, bedoeld in artikel
4, tweede lid, kan Onze Minister de afdrachtplichtige op zijn verzoek een vergoeding
toekennen. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post dient een verzoek om een
vergoeding in door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
3 Ingeval van een behandeling van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden de ontvangsten voor de afdrachtplichtige vermeerderd met een bedrag van 20
euro, 44 Nederlands-Antilliaanse gulden, 25 USD dan wel 44 Arubaanse florin per kind.
4 De afdracht, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder overlegging van een lijst
met de namen van de personen, die een verzoek tot naturalisatie hebben ingediend.
5 Onze Minister regelt bij ministeriële regeling de wijze waarop de juistheid van de
afgedragen bedragen wordt vastgesteld.
dragen de wegens de verzoeken tot naturalisatie ontvangen gelden onder aftrek van
het bedrag, genoemd in het tweede lid, op de door Onze Minister daartoe bepaalde wijze
en tijdstippen aan Onze Minister af. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post
draagt de gelden, bedoeld in de eerste zin, op de door Onze Minister daartoe bepaalde
wijze en tijdstippen af aan Onze Minister door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse
Zaken.
2 De afdrachtplichtige ontvangt voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, een vergoeding van 168 euro, 373 Nederlands-Antilliaanse gulden, 207 USD dan wel
373 Arubaanse florin. Voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 3, derde
lid, ontvangt de afdrachtplichtige een vergoeding van 286 euro, 634 Nederlands-Antilliaanse
gulden, 353 USD dan wel 634 Arubaanse florin. Met betrekking tot de verzoeken, bedoeld
in artikel 4, eerste lid, vindt geen vergoeding plaats. Met betrekking tot de verzoeken, bedoeld in artikel
4, tweede lid, kan Onze Minister de afdrachtplichtige op zijn verzoek een vergoeding
toekennen. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post dient een verzoek om een
vergoeding in door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
3 Ingeval van een behandeling van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden de ontvangsten voor de afdrachtplichtige vermeerderd met een bedrag van 20
euro, 44 Nederlands-Antilliaanse gulden, 25 USD dan wel 44 Arubaanse florin per kind.
4 De afdracht, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder overlegging van een lijst
met de namen van de personen, die een verzoek tot naturalisatie hebben ingediend.
5 Onze Minister regelt bij ministeriële regeling de wijze waarop de juistheid van de
afgedragen bedragen wordt vastgesteld.